Geschiedenis Basiliek

DE BASILIEK VAN HET HEILIG SACRAMENT

Oorsprong:
Ter plaatse van de huidige kerk bevond zich oorspronkelijk de vroeg-middeleeuwse paltskerk, die kort na 1100 onder leiding van de benedictijner monniken werd verbouwd tot een romaanse kerk, waar in 1222 het sacramentswonder plaatsvond. Een van de monniken van de proosdij had tijdens de viering van de Eucharistie verzuimd water en wijn in de kelk te doen. Hij sprak de instellingswoorden over een lege kelk. Bij de breking van de hostie vóór de H. Communie stroomde uit de gebroken hostie bloed en water in de kelk. Door dit wonder kwamen er pelgrims naar Meerssen en mede ten behoeve van hen werd omstreeks 1318 een gotisch schip gebouwd van drie traveeën. Bij een volgende bouwcampagne van 1334 tot aan het einde van die eeuw, onder leiding van proost Jean de Beaufort, ontstonden het hoog-gotisch koor en dwarsschip.
Koor en schip werden gescheiden door een muur. Koor als kapel voor de monniken en schip als kerk voor de parochianen. Dus twee altaren: in de koorkapel en vooraan in het schip. In 1465 werd de kerk door huurlingen van de heer van Borgharen in brand gestoken, waarbij zich het tweede sacramentswonder voltrok.
Een jonge boer zag, terwijl hij aan het ploegen was, de brand, snelde naar de kerk, haalde het H. Sacrament ongeschonden uit de kerk en kon het zo overhandigen aan de pastoor. Toen hij terugkwam op het land bleek, dat een engel van God de akker voor hem had verder geploegd. Bij de herbouw na deze brand werden de luchtbogen toegevoegd en verrees het rijke, laat-gotische noordportaal, waarop de sacramentsrelieken konden worden getoond. In 1500 werd de sacramentstoren gebouwd om de relieken van het eerste wonder in te bewaren, samen met de heilige eucharistische Reserve. In 1574 werd de westtoren door Staatse troepen in brand gestoken. De restanten daarvan stortten ineen bij een storm in 1649. De proosdij ging in 1612 over aan de augustijner monniken van Eaucourt.
In 1633 werd de kerk een simultaankerk voor katholieken en protestanten.
De kerk werd in 1749 opnieuw zwaar beschadigd door een storm. Bij de herbouw in 1749 kon de toren wegens geldgebrek niet worden herbouwd. De proosdij werd in 1795 opgeheven en de kerk werd tussen 1798 en 1802 gesloten. Na de franse revolutie keerden de monniken niet meer terug en pastoor Aussums liet toen de muur en het verhoog voor het parochiealtaar weghalen en plaatste het altaar van de parochie vooraan in het koor. In 1879-'82 werd de kerk ingrijpend gerestaureerd. Daarbij werden de kruisribgewelven vernieuwd. Ook verrees op de viering de neo-gotische dakruiter. Bij de restauratie van het koor in 1895-1901 werden venstertraceringen opnieuw aangebracht, evenals balustraden met pinakels langs de dakrand. In 1910-'12 heeft men het noordportaal gerestaureerd. Bij een volgende restauratie in 1936-1938 werd het schip westwaarts met drie traveeën verlengd en werd de neogotische dakruiter vervangen door een soberder variant. Na het gereedkomen van de restauratie werd de kerk op grond van haar betekenis als bedevaartskerk van het Heilig Sacrament verheven tot 'Basilica Minor'. De laatste restauratie heeft plaatsgevonden in 1986-'88. Hierbij heeft men o.a. de pinakels vernieuwd.

Door zijn ruimtewerking wordt de kerk als een pronkstuk van de Maasgotiek beschouwd.

Interieur:

De sacramentstoren van 1500 is in 1910-'12 verfraaid en gerestaureerd.
Verder bevat de kerk op het zij-altaar een laatgotisch beeld van St. Barbara (ca. 1500).

Op een neogotisch triomfbalk van 1905 een 16e eeuwse calvarie.

Het hoofdaltaar is uit 1897, de communiebank uit 1898 en een groot H. Hartbeeld uit 1910.

Het hele interieur van de kerk is ontworpen door P.J.H. Cuypers .

De preekstoel is van 1911 door Joh. Kayser ontworpen.

De gebrandschilderde koorramen zijn van F. Nicolas (1897), die in het schip van J. Ten Horn (1950-'60) en het westvenster is van Charles Eyck.

De in 1878 tegen de zuidzijde van het koor gebouwde neogotische sacristie is in 1936-'38 gerestaureerd. Er tegenaan staan enkele hardstenen grafkruisen uit de 17e eeuw. Tegen de zuidmuur van de kerk bevinden zich de neoclassicistische grafstenen voor C. C. Roemers en H. van Aubel. Aan de oostzijde staat de opvallend rijke neogotische grafkapel van de Maastrichtse fabrikantenfamilie Regout uit 1869.